Ga nooit blind af op een meting

In onze maatschappij proberen we alle beslissingen in een procedure te gieten. Antoon Vandevelde (Instituut van Filosofie) pleit ervoor om ook ruimte te laten voor een oordeel, dat dingen in rekening brengt die niet in allerlei regels vastliggen.

Zijn metingen onontbeerlijk om beslissing te nemen?
Antoon Vandevelde: We gaan in onze maatschappij ver in het proceduraliseren van beslissingen. Je moet durven accepteren dat je een beslissing niet voor de volle 100% in een procedure kunt beitelen.

Deliberaties aan de universiteit zijn nu bijna volledig computergestuurd. Ik sta daar een beetje weigerachtig tegenover. Je kunt regels hebben en heel verfijnde regels, maar je moet ook ruimte laten voor een oordeel dat dingen in rekening brengt die niet in die regels staan. Ik ben niet tegen het meten, wel voor verstandig gebruik van resultaten en het openlaten voor ruimte voor oordelen. Een oordeel dat niet louter gebaseerd mag zijn op kwantitatieve metingen.

Metingen vormen de input voor een beslissingsproces, maar je mag nooit blind afgaan op de resultaten van een meting. Als je aan de universiteit alleen zou afgaan op het aantal publicaties van kandidaten, geeft dat foute beslissingen. Je moet kijken naar de kwaliteit ervan, wat betekent dat je de publicaties moet lezen en beoordelen. Dan kom je al aan een meer verfijnde meting. Maar dan nog heb je geen zicht hoe de samenwerking met de kandidaat zal verlopen en welke achtergrond hij of zij heeft. Die afweging is iets dat mensen moeten doen, dat kan niet gedicteerd worden door kwantitatieve metingen.

Greep krijgen

Dus niet alles is meetbaar?
Meten is proberen een kwantitatief idee te krijgen van iets wat belangrijk is, iets wat een objectief is voor een organisatie, een activiteit of wat dan ook. Wetenschappers steunen op empirisch onderzoek: een zo goed mogelijk beeld krijgen door kwantitatieve en kwalitatieve metingen.

Het zijn manieren om greep te krijgen op wat er feitelijk aan de hand is gezien vanuit een vraagstelling die meestal gedicteerd wordt door belangen: zicht krijgen op wat het probleem is of waar verbeteringen mogelijk zijn.

Je kunt duidelijk niet alles in kwantitatieve grootheden onderbrengen. Proberen kwantitatief te meten is een oefening die we in veel gevallen proberen te doen en een zeker nut geven als je die kwantitatieve gegevens juist interpreteert, kijkt hoe ze verzameld zijn en in hun context plaatst.

Neem nu het meten van geluk: kun je dat meten? Ja, je kunt subjectieve tevredenheid meten, maar is dat hetzelfde als geluk? Daar is een zekere relatie tussen, maar die is heel onvolmaakt.

Waarom meten we?
Het begint altijd met een vraag. Je wilt begrijpen hoe een fenomeen werkt. Maar de bedoeling is toch om er iets aan te verbeteren of minstens zicht te krijgen op problemen die zich zouden kunnen stellen. De bedoeling is altijd om een beter geïnformeerde beslissing te kunnen nemen.

Window dressing

Welke gevaren gaan er schuil achter metingen?
Ten eerste veranderen de actoren in het veld of stellen ze zich in op de manier waarop gemeten wordt. Dan krijg je bijvoorbeeld mensen die geweldig goed scoren in allerlei metingen maar waarbij de meting geen verband meer houdt met de werkelijkheid. Vaak is het window dressing, zit er niet zo heel veel achter en vormt het meer schone schijn. Wanneer mensen weten dat er gemeten wordt, zorgt dat er dikwijls voor dat mensen zich daaraan aanpassen.

"Wanneer mensen weten dat er gemeten wordt, zorgt dat er dikwijls voor dat mensen zich daaraan aanpassen."

Kortom: de kwaliteit van de prestaties wordt niet altijd weerspiegeld in wat er gemeten wordt. Buitenlandse studenten die hun taalkennis moeten kunnen bewijzen vooraleer ze aan de universiteit kunnen inschrijven, hebben vaak attesten bij waaruit blijkt dat ze de taal kennen. Maar dan blijkt dat ze zich op de taaltest hebben voorbereid, maar de taal zelf niet onder de knie hebben.

Zie je nog anderen problemen?
In het algemeen krijg je in menselijke relaties wat je geeft. Er is een soort reciprociteit. Hetzelfde geldt voor metingen: door te meten geef je soms aan mensen op de werkvloer het signaal dat je ze niet echt vertrouwt. Van een machine kan je de prestaties heel objectief meten, van menselijke taken is dat anders omdat die nooit volledig uniform zijn. Daardoor creëer je een sfeer dat je heel berekend met hen omgaat.

Als meetsystemen dan ook nog eens gekoppeld worden aan beloningssystemen, dreig je de intrinsieke motivatie van je medewerkers te verdringen. Ze zullen alles doen om goed te scoren op wat er gemeten wordt en de rest zal erbij inschieten. Mensen zullen namelijk hun inkomen proberen te maximaliseren. Dat kan perverse effecten hebben. Moeilijke taken blijven liggen of worden doorgeschoven naar andere collega’s.

Een derde probleem is dat metingen stigmatiserend kunnen werken. Denk maar aan armoedemetingen: je gaat daar op zoek naar een weten dat door de betrokkenen als erg beschamend wordt gevoeld. Mijn kinderen hadden ooit een document mee van school waarin gevraagd werd in welke inkomenscategorie het gezin viel. In zo’n geval is meten erg stigmatiserend, al vind ik dat je wel zicht moet hebben op de omvang van een probleem om het te kunnen aanpakken.

Zorgt meten voor kwaliteitsverbetering?
Je kunt wellicht niet zonder meten, maar je moet ervoor zorgen dat mensen niet het gevoel krijgen dat ze gemonitord en gecontroleerd worden. Dan ondermijn je hun motivatie of geef je hen het signaal dat je ze niet vertrouwt. Als leidinggevende moet je durven loslaten, zoals met je kinderen.

Je moet niet voortdurend op hun vingers zitten kijken om te zien of ze bezig zijn, op de manier dat jij het wil. Misschien doen ze het op hun manier en geeft dat ook goede resultaten.

Is het meten van de kwaliteit van werkprestaties een taboe?
Je hebt de economie van de controle en de economie van het vertrouwen. Sommige managers zullen zeggen dat vertrouwen goed is en controle beter. Maar door te controleren toon je het wantrouwen. In alle werksituaties is er een vorm van controle die als excessief wordt ervaren. Dat moet je vermijden."Vertrouwen moet de uitgangsbasis zijn."

Vertrouwen moet de uitgangsbasis zijn, ook al moet je af en toe dan misschien bijsturen. De economie van controle zal leiden tot een soort permanente stiptheidsstaking, waarbij aan alle regeltjes wordt voldaan maar het werk zich opstapelt. Je moet oog hebben voor mogelijke perverse resultaten van die pogingen om te meten.

Tijdens het VCK congres op 28 november 2017 spreekt Antoon Vandevelde over het meten van kwaliteit in werkrelaties.

Delen via

Verwante artikelen

Meten heeft wel degelijk meerwaarde

Ik vermoed dat we het er allen eens over kunnen zijn dat meten wel degelijk een meerwaarde met zich meedraagt. Hoewel meten eerder bestempeld kan worden als een kwantitatieve tool, werd door verschillende sprekers op het congres gewezen op het kwalitatieve aspect.

Herbeleef het congres

Het VCK congres ligt alweer een week achter ons. Op de Facebookpagina van Kwinta kan je je congresdag herbeleven met het fotoverslag van onze fotografe Kathleen Steegmans.

Over de valkuil van het meten

Camille Bonduelle, masterstudente Bedrijfspsychologie en personeelsbeleid aan de UGent, hoorde veel boeiende ideeën tijdens het VCK congres. Alle sprekers hadden een verschillende visie op het thema  en juist dit maakte het congres zo interessant.  Dit is een overzicht van een paar inspirerende ideeën die ik heb ik bijgehouden na het congres.

Reactie

Plaats ook op: