Nog lange weg naar circulaire economie

Het succes van een product wordt bepaald door de waardering voor de functionaliteit en de aantrekkelijkheid van de vormgeving. Maar toch zeker ook door de levensduur. En die levensduur hangt weer in belangrijke mate af van de kwaliteit van het ontwerp. De keuzes die tijdens de ontwerpfase worden gemaakt, zijn cruciaal.

Foto beschikbaar via Creative Commons by Jef StafiEen voorbeeld ter illustratie. Van 1924 tot 1939 bestond het zogeheten Phoebes-kartel, waaraan onder meer Philips, Osram en General Electric deelnamen. Een dergelijk kartel zou nu overigens ondenkbaar zijn. De mededingingsautoriteiten zouden onmiddellijk hoge boetes uitdelen, maar toen was dat toelaatbaar.

Een van de afspraken binnen het kartel was de gloeilampen zodanig te ontwerpen dat de levensduur maximaal 1000 uur was. Dat garandeerde een mooie continue omzet voor de deelnemers. De klanten waren ervan overtuigd geraakt dat een gloeilamp bijna per definitie na 1000 uur kapot moest gaan. Wat dus feitelijk onjuist is. Een gloeilamp kan best langer branden.

Plastic laatje

Dat is verleden tijd, zult u denken. Apparaten worden nu ontworpen op duurzaamheid. Welnu, dat is lang niet altijd het geval. Wie kent geen voorbeelden van apparaten die na een paar jaar gebruik kapotgaan? Zoals de dvd-speler waarvan het laatje helemaal in plastic is uitgevoerd, inclusief de tandwieltjes die na een jaar of vijf geen tandjes meer hebben.

Aandrijfsnaartjes die in een inferieur soort elastiek zijn uitgevoerd, na een paar jaar verpulveren en bovendien nergens verkrijgbaar zijn (als je het apparaat al kunt demonteren en weer in elkaar kunt zetten zonder blijvende beschadigingen). Plastic bedieningsknopjes op een oven die daar geplaatst zijn waar ze het meest van de warmte te lijden hebben en dus bros worden en desintegreren.

Langzamer en foutmeldingen

"Zou er iets in de software zitten dat de levensduur beperkt? Ik zou het niet durven bedenken."

En dan zijn er computers, laptops en smartphones. Prachtige apparaten, vol fantastische software. Maar gebruik ze eens een jaar of drie, vier. En merk dan dat ze steeds langzamer worden en steeds vaker onduidelijke foutmeldingen geven. Alleen door met enige regelmaat een totale reset uit te voeren, blijven ze nog enigszins bruikbaar. Zou er iets in de software zitten dat de levensduur beperkt? Ik zou het niet durven bedenken.

Toch zijn er deskundigen die vermoeden dat veel apparaten een soort van ingebouwde levensduurbegrenzer hebben. Zelfs de Europese Commissie is die mening toegedaan, en heeft een speciaal comité ingericht om dit soort zaken te bestrijden, het European Economic and Social Committee (EESC). Dat heeft als doelstellingen:

  • The EESC would like to see a total ban on products with built-in defects designed to end the product’s life;
  • The EESC believes that it would be useful to establish a system that guarantees a minimum lifetime for purchased products.

Verspilling

Het is dus kennelijk echt waar: producten worden ontworpen met ingebouwde fouten waardoor de levensduur wordt begrensd. Wat een verspilling. Wat zijn we nog ver verwijderd van een duurzame samenleving en een circulaire economie waarin producten ontworpen zijn om lang mee te kunnen gaan en recycleerbaarheid ingebouwd is. Er is nog een lange weg te gaan!

Delen via

Verwante artikelen

Het management moet mee - Foto beschikbaar via Creative Commons by Flickr/AFGE

Circulaire transitie tip 5: Iedereen moet mee

Begin je met een circulaire transitie binnen je organisatie? Zorg dat iedereen mee is. Het management moet erachter staan.
Hou de afvalstromen zuiver

Circulaire transitie tip 4: Ga op zoek naar een circulair verdienmodel

Geld in het laatje krijgen, daar draait het om. En in de circulaire economie valt geld te verdienen. Maar veel organisaties denken nog niet ver genoeg mee.
Samenwerken - Foto beschikbaar via Creative commons by Tom Page (Flickr)

Circulaire transitie tip 3: Begin er nu mee

Veel grote en kleine organisaties zijn al volledig van doordrongen van de circulaire gedachte. De tussenmoot is er wel mee bezig, maar ziet het meer als een tool om een label te krijgen of om in het duurzaamheidsverslag te schrijven.