Zweten en weten op het EK voetbal in Frankrijk

Op het EK voetbal dat van 10 juni tot 10 juli loopt, zullen de cijfers meer dan ooit hun belang hebben. Er wordt ontzettend veel gemeten tijdens zo’n toernooi. Eigenlijk alles, tot en met de lengte van het gras dat niet meer dan 3 cm hoog mag zijn. Wat kunnen kwaliteitskundigen daarvan opsteken?

Prestatiemeting van medewerkers is in de kwaliteitswereld al lang ingeburgerd. Dat geldt ook voor voetballers. De persoonlijke fiche van een speler is al vóór de wedstrijd grotendeels ingevuld.

Van een voetballer weet zijn technische staf vooraf hoe snel hij is, hoe vlug hij van richting kan veranderen, wat zijn spring- en kopkracht is, hoe hard zijn trappen naar doel gaan en hoe lang hij het uithoudt voor hij in het rood gaat.

Tijdens de wedstrijd komt er nog een resem andere gegevens bij: aantal minuten balbezit, afgelegde kilometers, aantal juiste passes, assists en doelpunten. Hebben HR-managers evenveel gelijkaardige gegevens over hun medewerkers? Er valt dus wat inspiratie op te doen in het stadion.

Leiderschap meten

"Tot vandaag zijn in het voetbal de trainers ontsnapt aan de cijferzucht van statistici."

Nog interessanter is de vraag: hoe kan je leiderschap meten? Tot vandaag zijn in het voetbal de trainers ontsnapt aan de cijferzucht van statistici. Maar die rust is nog maar een kort leven beschoren. De eerste modellen om ook de invloed van coaches op het resultaat in beeld te brengen, zijn zo goed als klaar.

De hamvraag daarbij is: hoe kun je het aandeel van de trainer in de uitslag afzonderen van de prestaties van zijn spelers? Het globale antwoord luidt: de collectieve verrichting van de ploeg. De coach is de factor die ervoor moet zorgen dat het elftal meer is dan de optelsom van de individuele spelers.

Kracht van de ploeg

Wat beïnvloedt de capaciteit van een team om zijn tegenstander te domineren? Een indicator kan zijn: de dreiging die de spelers voor het doel van de vijand uitoefenen, uitgedrukt in aantal en kwaliteit van gevaarlijke trappen. Dat is een beter kengetal dan het aantal doelpunten.

Hetzelfde geldt in verdedigend opzicht: hoe goed wendt de ploeg het gevaar van aanschietende tegenstanders af? Dat kun je uitdrukken in aantal gekeerde ballen of afgeslagen aanvallen. Als gegeven is dat betrouwbaarder dan het aantal geïncasseerde goals.

Een ander middel om de kracht van de ploeg in beeld te brengen is meten hoe groot de greep is die je op je tegenstander uitoefent. Die greep kan je weergeven in aantal gerichte passes naar ploegmaats of aantal onderschepte ballen van de tegenstander.

Dribbles

Je kan ook je eigen duelkracht meten aan de hand van het aantal geslaagde dribbles en het aantal succesvolle tacklings of andere manieren om de bal te recupereren.

Een andere indicator is het aantal afgedwongen standaardsituaties (hoek- en vrijschoppen) en hoe die al of niet benut werden.

Analyse

De analyse van deze gegevens levert interessante stof op om ook de trainer te beoordelen. Welke spelers kiest hij om één of meerdere van deze indicatoren in waarde te doen stijgen? Hoe past hij het tactisch plan en de hergroepering van spelers op het veld aan om bijvoorbeeld de duelkracht of de druk op de tegenstander te verhogen? Welk profiel moeten zijn spelers hebben om het uitvoeren van de ploegopdracht te versterken?

De stroom van meetgegevens is erop gericht om de invloed van het toeval op het resultaat zo klein mogelijk te houden. Uit de analyse kan bijvoorbeeld naar voor komen dat een team meer doelkansen toestaat dan de tegenstander. Welke verdedigende maatregelen zal de coach dan afkondigen?

Vertrouwdheid van ploegmaats

Om het beeld zo correct mogelijk te maken, hanteert de statisticus enkele corrigerende factoren, zoals het niveau van de competitie en de tegenstanders. Mogelijk optredende fouten zijn verder de vertrouwdheid van ploegmaats met elkaar: doelmannen en verdedigers worden minder gewisseld dan middenvelders en aanvallers.

Per indicator kan je vooraf bepalen hoe hoog hij moet zijn om de tegenstander te overtroeven. Na afloop kan je dat vooropgestelde cijfer vergelijken met het werkelijk geturfde aantal.

Is die methode sluitend om het aandeel van de coach in het resultaat weer te geven? Waarschijnlijk niet. Of nog niet. Maar het geeft de club- of de bondsleiding bij de evaluatie alleszins een beter uitgangspunt dan het doordeweekse buikgevoel. En misschien kunnen kwaliteitskundigen er inspiratie uit puren voor het ontwikkelen van gelijkaardige indicatoren om leiderschap beter in beeld te brengen.

Over de auteur

Piet Cosemans is kwaliteitsmanager bij VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding). Hij inspireerde de leiding van de organisatie om het EFQM-model als achtergrond voor de kwaliteitswerking te gebruiken. Hij begeleidde het traject van externe certificering dat alle stappen van de K2-labeling doorliep. In 2015 kreeg VDAB het K2a-label.

Ook andere erkenningen bevestigen de kwaliteitsvolle werking van VDAB. De organisatie werd dit jaar door de Vlaamse Overheid tot Overheidsorganisatie van het Jaar uitgeroepen. En uit een Europese vergelijking van bemiddelingsdiensten kwam VDAB als uitstekend naar voor.

Foto beschikbaar via Creative Commons by Sean MacEntee

Delen via

Verwante artikelen

Bottas in de Mercedes

Waarom Mercedes onklopbaar is in de formule 1

We zijn vijf grand prix' ver in het formule 1-seizoen en het Mercedesteam domineert als nooit tevoren: Lewis Hamilton en Valtteri Bottas grepen vijf één-twee zeges op rij. Een unicum, waarvoor ze Judson Estes op hun blote knieën mogen bedanken.

Wat als je F1-metingen gebruikt om levens te redden?

Peter van Manen werkte tientallen jaren voor McLaren Applied Technologies Limited, dat sensoren levert om data te verzamelen in de autosport. Wat als... je die technologie toepast in ziekenhuizen?

Wat een ziekenhuis kan leren van snelle pit stop

1.92 seconden, zo lang duurt het nog om de 4 banden te wisselen van een formule 1-auto. In de jaren '50 duurde dat nog een minuut. Net als in de operatiekamer van een ziekenhuis moet een grote groep mensen naadloos, tegen de klok, samenwerken in een beperkte ruimte.